Met de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) zet de Europese Unie een forse stap richting een circulaire economie. De verordening vervangt de Ecodesign‑richtlijn uit 2009 en kijkt veel breder dan louter
energie-efficiëntie. De ambitie is duidelijk: alle producten op de Europese markt moeten duurzamer, transparanter en beter ontworpen worden voor hergebruik en herstel.
Wat houdt de ESPR precies in?
De ESPR is een EU‑verordening, wat betekent dat ze rechtstreeks geldt in alle lidstaten. Ze creëert een kader om ecodesign‑eisen op te leggen aan vrijwel alle fysieke producten die in de EU worden verkocht. Daarbij draait het niet langer alleen om energieverbruik, maar om levensduur, herstelbaarheid, demonteerbaarheid, materiaalgebruik en recycleerbaarheid.
Voor welke bedrijven is ze relevant?
De reikwijdte is opvallend breed. De ESPR geldt voor bedrijven die fysieke producten produceren (ook buiten de EU, als ze hier verkopen), importeren, distribueren, of op de markt brengen als retailer of servicebedrijf.
Alle fysieke producten vallen in principe onder de verordening, met uitzondering van o.a. voeding, veevoeder en geneesmiddelen. Denk dus aan textiel, elektronica, meubels, batterijen, bouwmaterialen, enzovoort. Als je
met fysieke goederen werkt, raakt de ESPR je vrijwel zeker.
Wat verandert er voor bedrijven?
- Strengere eisen aan duurzaamheid: Producten moeten langer meegaan en eenvoudiger te herstellen of te demonteren zijn. Ook kunnen er minimumpercentages gerecycleerd materiaal opgelegd worden.
- Verbod op vernietiging van onverkochte producten: Vooral in textiel, maar later ook in andere sectoren, komt een verbod op het vernietigen van ongebruikt of onverkocht nieuw product, om verspilling te voorkomen.
- Het Digital Product Passport (DPP): Een van de meest impactvolle nieuwigheden is het Digitale Productpaspoort: een digitale ‘identiteitskaart’ met informatie over materialen, herkomst, onderhoud, reparatie en milieu-impact.
- Meer transparantie en rapportage: Sectoren zoals bouwmaterialen moeten voortaan meer data rapporteren over onder andere CO₂‑impact en materiaalstromen.
Vanaf wanneer moet je als bedrijf voldoen?
De ESPR is officieel van kracht sinds 18 juli 2024, maar wordt pas stapsgewijs afdwingbaar via zogeheten delegated acts - aparte juridische besluiten per productgroep.
Het eerste ESPR‑werkplan (2025–2030) geeft een duidelijke volgorde van productgroepen die als eerste in aanmerking komen:
- IJzer en staal staan bovenaan de lijst, met gedelegeerde handelingen verwacht in 2026. Dit zijn grondstof- en energie-intensieve sectoren waar grote milieuwinst te behalen valt.
- Aluminium volgt in 2027, eveneens vanwege de hoge energie-intensiteit van productie.
- Textiel en kleding krijgen in 2027-2028 te maken met de eerste eisen. Dit is een sector waar de ESPR veel gaat veranderen: van materiaalsamenstelling tot repareerbaarheid, en van het verbod op vernietiging van onverkochte voorraden tot verplichte productpaspoorten. Voor textiel worden meer dan honderd datapunte verwacht in het DPP.
- Meubels staan gepland voor 2028. Hier gaat het vooral om levensduurverlenging, repareerbaarheid en het gebruik van gerecycleerde materialen.
- Matrassen volgen in 2029, met vergelijkbare eisen rond duurzaamheid en recycleerbaarheid.
- Banden krijgen in 2027 te maken met nieuwe eisen, voortbouwend op bestaande regelgeving rond brandstofefficiëntie en geluid.
- Energie-gerelateerde producten zoals verwarmingstoestellen, airconditioning en verlichting worden tussen 2026 en 2028 opgenomen, als uitbreiding van de bestaande Ecodesign Richtlijn.
- ICT en elektronica staan gepland voor 2028-2030. Hier speelt vooral de repareerbaarheid een grote rol, evenals de beschikbaarheid van software-updates en reserveonderdelen.
Vandaag zijn er nog geen delegated acts van kracht, wat betekent dat er nog geen productgroepen effectief onder verplichte ESPR‑eisen valt. Bedrijven krijgen de kans zich voor te bereiden, maar de grote veranderingen komen dus dichtbij.
Wat betekent dit concreet voor jouw bedrijf?
De ESPR maakt duurzaam en circulair product ontwerp geen vrijblijvende ambitie meer, maar een wettelijk kader waar je aan moet voldoen. Daarom is dit het moment om te investeren in kennis, traceerbaarheid, ontwerpaanpassingen en data‑infrastructuur.
Bedrijven die vandaag al in actie schieten, plukken daar straks duidelijk de vruchten van. Ze verlagen hun kosten door slimmer om te gaan met materialen en ontwerp, versterken hun geloofwaardigheid bij klanten en bouwen een voorsprong op in aanbestedingen waarin duurzaamheidscriteria verplicht worden. Maar vooral: ze maken de overstap naar de nieuwe regelgeving een stuk soepeler en staan sterker wanneer de eerste ESPR‑verplichtingen echt van kracht worden.